Asperger Syndroom

Succesvolle Aspies, mensen met het Asperger syndroom

Mensen met het Syndroom van Asperger noemen zichzelf vaak Aspies. Ondanks de extra moeilijkheden waarmee aspies te maken hebben, is er hoop – degenen met het Syndroom van Asperger kunnen een ongelooflijke kennis van een beperkte niche hebben, waardoor ze in staat zijn om een enorme prestatie te leveren. Albert Einstein, Henry Ford, Bill Gates, en Beethoven zijn enkele van de vele mensen die de wereld ingrijpend verandert hebben en het Syndroom van Asperger hebben of hebben gehad.

Er zijn geen statistieken over hoeveel Aspies op dit moment alleen leven, maar het is wel mogelijk. Met de juiste opzet en een ondersteunende familie kan een aspie een normaal, volwassen leven leiden.

Wat is het Syndroom van Asperger

Het syndroom van Asperger verwijst naar een hoogfunctionerende vorm van autisme. Hoewel het ooit als een op zichzelf staande aandoening werd geclassificeerd, wordt Asperger’s niet langer gezien als een losstaande diagnose. Het gedrag dat wordt toegeschreven aan Asperger’s is nu opgenomen onder de overkoepelende diagnose van Autism Spectrum Disorder. 
Mensen met een hoog functionerende autisme hebben vaak een gebrek aan sociale vaardigheden, en ze zijn misschien niet in staat om de perspectieven en gevoelens van anderen te begrijpen. Hun taal- en cognitieve vaardigheden zijn echter grotendeels intact, of hoog ontwikkeld.

Mensen met de aandoening kunnen ook specifieke, repetitieve lichaamsbewegingen maken. Ze hebben vaak een oriëntatie op details en een interesse in systematisering, wat als een obsessie kan overkomen. Sommigen kunnen opmerkelijke faciliteiten laten zien op een beperkt en meestal niet-sociaal gebied, zoals sportstatistieken of treindienstregelingen.

Vertel uw verhaal

Wat zijn de kenmerkende tekenen van Asperger’s

Zoals bij alle autism spectrum disorder hebben mensen met Asperger’s problemen in sociale situaties. Ze maken bijvoorbeeld geen oogcontact, begrijpen een grap niet of weten niet hoe ze een gesprek moeten voortzetten. Mensen met Asperger’s kunnen moeite hebben om non-verbale signalen te begrijpen of om lichaamstaal te ontcijferen.

Omdat mensen met Asperger’s vaak niet goed in staat zijn om het perspectief van anderen te begrijpen, geven ze dan geen sociale gevoelens terug of delen ze niet in het geluk of verdriet van anderen. Ze kunnen er niet in slagen om als kind vriendschappen te ontwikkelen en kunnen door andere kinderen worden gezien als “raar” of “onhandig”.

Volwassenen met Asperger’s functioneren vaak het beste met starre routines en rituelen. Ze kunnen zich intensief bezig houden met een beperkt interessegebied en tonen af en toe ongelooflijke vaardigheden op dat gebied. Net als mensen met volledig autisme, kunnen ze zich bezighouden met repetitief gedrag zoals vingerdraaien, zwaaien met de hand, of schommelen.

Wat veroorzaakt Asperger's Syndroom?

De wortels van Asperger’s syndroom en autisme worden nog steeds niet goed begrepen. Huidig onderzoek wijst op hersenafwijkingen, omdat wetenschappers structurele en functionele verschillen in specifieke regio’s van de hersenen van volwassenen en kinderen met Asperger’s aan het licht hebben gebracht. Deze verschillen worden waarschijnlijk veroorzaakt door de abnormale migratie van embryonale cellen tijdens de ontwikkeling van de foetus, waardoor de hersencircuits die het denken en het gedrag controleren, veranderen.

Er is ook een genetische component aan Asperger’s en autisme, omdat de aandoening de neiging heeft in bepaalde gezinnen vaker voor te komen. Eeneiige tweelingen hebben bijvoorbeeld veel meer kans dan broederlijke tweelingen of broers en zussen om allebei autisme te hebben. Recent onderzoek geeft aan dat er een gemeenschappelijke groep van genen kan zijn waarvan de variaties een individu kwetsbaar maken voor het ontwikkelen van autisme met wisselende ernst en verschillende symptomen.

Bepaalde omgevingsfactoren verhogen ook het risico op het ontwikkelen van autisme, zoals oudere ouderlijke leeftijd, blootstelling aan de drug valproaat in de baarmoeder, en een laag geboortegewicht.

Hoe wordt Asperger's Syndrome behandelt?

Behandelingen voor Asperger’s zijn vooral gericht op het aanleren van sociale en communicatieve vaardigheden. De training in sociale vaardigheden richt zich op de instrumenten die nodig zijn om succesvol met anderen om te gaan. Spraaktherapie kan kinderen helpen hun gespreksvaardigheden te verbeteren en het normale patroon van geven en nemen te begrijpen.

Cognitieve gedragstherapie wordt vaak gebruikt om kinderen te helpen hun emoties te beheersen en om obsessieve interesses en repetitieve routines in te dammen. Zintuiglijke integratietherapieën kunnen sommige kinderen helpen, terwijl beroepstherapie en fysiotherapie mensen met een slechte motorische coördinatie kunnen helpen. Ouders hebben vaak behoefte aan training en ondersteuning in gedragstechnieken om thuis te gebruiken.

Er is geen medicatie die de stoornissen die ten grondslag liggen aan het syndroom van Asperger kan corrigeren, maar selectieve serotonine heropname remmers (SSRI) en antidepressiva zoals Prozac kunnen helpen de herhaling van gedrag dat de stoornis markeert te verbeteren. Daarbij mag zeker niet vergeten worden naar de stem van de persoon met Asperger’s syndroom te luisteren. Antidepressiva hebben neveneffecten die ongewenst kunnen zijn, omdat ze bij mensen met Asperger’s het denken alleen maar moeilijker maken.

Vaak is een behandeling in medische zin helemaal niet nodig. Intensieve begeleiding is veel effectiever en kan de Aspie helpen bij het omgaan met mens en maatschappij. De ziekte van Asperger bestaat niet.

Autisme en het syndroom van Asperger zijn geen ziekten. Ze worden door velen gezien als een andere manier van zijn, een andere manier van denken, denken met een omweg. Tegen denken met een ingebouwde omweg is letterlijk geen kruid gewassen, er bestaat geen medicijnvoor. Dat is ook niet nodig. Het resultaat van het anders denken, dat telt.

Neurodiversiteit en het omgaan met mensen met autisme of Asperger’s

Het concept van neurodiversiteit omarmt, viert en respecteert verschillen tussen en onder mensen met het syndroom van Asperger en andere functionele maar atypische variaties in denken en gedrag. Terwijl veel mensen met het syndroom vam Asperger de wens hebben om hun sociale vaardigheden te verbeteren om op een effectievere manier om te gaan met de neurotypische meerderheid, zien anderen de waarde in van hun ongewone manier van kijken naar de wereld.

Degenen die deel uitmaken van, of steun verlenen aan, de neurodiversiteits-beweging bevorderen het idee dat er niet één “normaal” type geest bestaat, maar eerder variaties in de manier waarop individuele geesten werken. Ze waarderen de waardevolle vaardigheden en bijdragen van verschillende soorten geesten, net zoals ze de waarde van andere soorten diversiteit waarderen.